Liefdesverzen

Het project

De cyclus van vier verzenbundels (Mijn thuis is waar Mijn Stella staat, Jij bent Mijn energie, Praten werkt en Geluk zit soms in een klein koekje) vertellen een verhaal in 264 verzen over een platonische liefde. Elk deel kan als een zelfstandige publicatie beschouwd en gelezen worden. Pairon schreef ze tijdens een bevlieging. Elke bundel in het tijdsbestek van een weekend of hooguit een zondag, met een interval van een week. Pairon is erin geslaagd heldere beelden te scheppen. De liefste liefdesverzen aller tijden! zijn inderdaad bijzonder lief en vrouwvriendelijk. Openhartig en intiem.

De gedichten zijn bondig, maar rijk gevuld met filosofische mijmeringen. Hij hanteert verrassende beelden en gaat het zichzelf relativeren niet uit de weg. Zijn verzen zijn portretten en binnen een onmiskenbaar eigen stijl stelt Pairon de fantasie bloot aan de realiteit. Dit door het gebruik van herkenbare reclameslogans – die overigens de lading dekken –, verwijzingen naar teksten van de consumptiesamenleving.

 

Enkele Liefdesverzen


(2)
Ik adem
kwistig
vochtige lucht
op haar zuinige lippen.
Ze smaken naar vergeet-me-nietjes.
In haar boezem
stort ik
mijn geheimen uit.
Zij geniet.
Vele voorrechten.

Ik betast
het braille
van haar bloemlezing,
liefkoos de akoestiek
van haar verfijnde stiltes
en stotter
zowat geen enkel woord
in volgorde uit.

Ik traan
om de glimlach
van haar ogen
en boetseer
het malse perkament
van haar huid
mijn handen in.

Ze ruikt
naar de geuren en kleuren
van vers vermorzeld gras.
Aan het aroma
herkent men
wie men liefheeft.

(6)
Ze draagt
het welgevallen
van haar lichaam
zoals het fatsoen het voorschrijft:
het staat haar.

Het is waarschijnlijk
dat haar klamme oksels
naar rijstpap smaken,
haar handjes
naar maanzaad.
Merkwaardig:
hoe ze steeds
naast zichzelf ligt
en ik naast mij,
zonder elkaar te beschadigen.

(19)
Laat me
– héél even –
slechts één van je handjes
vasthouden.
Dat is immers
net zo onschuldig
als ‘handje geven’,
maar dan omgekeerd.

(20)
Laat me
– bijvoorbeeld –
alleen maar
je badeendjes te water laten
en warme parels spetteren
op de lauwe aarde
van je wankele lichaam.

Laat me
je amper strelen,
waar strikt noodzakelijk.

Laat me
– dat kost toch geen moeite –
mijn blijdschap ruilen
tegen jouw opgewekt zijn.

(21)
Laat me
uitvinden
dat ik de eerste man ben
– weliswaar stuntelig –
op de krater van je maan en dat je je lava
over je heuvel uitwerpt:
“This is one small step for man,
one giant leap for mankind.”

(68)
Ik herken
het bitter van je tepeltjes die
– als inlandse eikeltjes –
de herfst spelen.

Ik herken
het scherpe silhouet
van je fraai gevormde taille
en de contouren
van je Koninklijke schouwspel
op het bekken van je achterzijde.

Ik herken
de nooit gekende weelde
tussen het drijfzand van je kuiten,
hoe het na het met je klaarkomen
nog intenser genieten is,
als na een bijna-dood-ervaring.

Ik bewoon
de bloesems van je adem
en herken
het fronsen van je wenkbrauwen
als je simuleert verbaasd te zijn:
“Oh, ben jij het?,
die mij zo veel liever dan lief hebt?”

Alle woordjes rinkelen
als belletjes aan je lippen.

(104)
Met je wonden
wil ik een stilleven
van lachende bloemen schilderen
en aan je ogen
– zo fonkelend grijs
dat ze de kleur hebben van ochtendblauw –
vetrouw ik toe
hoe bloot mijn dapper zijn is.

Ik wil op je vingertjes zuigen,
als op hosties.

Op het hard van je malse borstjes
wil ik met mijn lippen oo-tjes maken.
Mijn kussen zijn inschikkelijk voor je lijfje
en nog zachter
voor je zielenzorg.

Ik wil
in de jas van je huid
zijn wie ik ben:
lief.

 

 

MARC PAIRON
p/a Stichting Charles Catteau
Kontichsesteenweg 30
B-2630 Aartselaar
contact(at)liefdesverzen.be