De cyclus van vier verzenbundels (Mijn thuis is waar Mijn Stella staat, Jij bent Mijn energie, Praten werkt en Geluk zit soms in een klein koekje) vertellen een verhaal in 264 verzen over een platonische liefde. Elk deel kan als een zelfstandige publicatie beschouwd en gelezen worden. Pairon schreef ze tijdens een bevlieging. Elke bundel in het tijdsbestek van een weekend of hooguit een zondag, met een interval van een week. Pairon is erin geslaagd heldere beelden te scheppen. De liefste liefdesverzen aller tijden! zijn inderdaad bijzonder lief en vrouwvriendelijk. Openhartig en intiem.
De gedichten zijn bondig, maar rijk gevuld met filosofische mijmeringen. Hij hanteert verrassende beelden en gaat het zichzelf relativeren niet uit de weg. Zijn verzen zijn portretten en binnen een onmiskenbaar eigen stijl stelt Pairon de fantasie bloot aan de realiteit. Dit door het gebruik van herkenbare reclameslogans – die overigens de lading dekken –, verwijzingen naar teksten van de consumptiesamenleving.
(68)
Ik herken
het bitter van je tepeltjes die
– als inlandse eikeltjes –
de herfst spelen.
Ik herken
het scherpe silhouet
van je fraai gevormde taille
en de contouren
van je Koninklijke schouwspel
op het bekken van je achterzijde.
Ik herken
de nooit gekende weelde
tussen het drijfzand van je kuiten,
hoe het na het met je klaarkomen
nog intenser genieten is,
als na een bijna-dood-ervaring.
Ik bewoon
de bloesems van je adem
en herken
het fronsen van je wenkbrauwen
als je simuleert verbaasd te zijn:
“Oh, ben jij het?,
die mij zo veel liever dan lief hebt?”
Alle woordjes rinkelen
als belletjes aan je lippen.
(104)
Met je wonden
wil ik een stilleven
van lachende bloemen schilderen
en aan je ogen
– zo fonkelend grijs
dat ze de kleur hebben van ochtendblauw –
vetrouw ik toe
hoe bloot mijn dapper zijn is.
Ik wil op je vingertjes zuigen,
als op hosties.
Op het hard van je malse borstjes
wil ik met mijn lippen oo-tjes maken.
Mijn kussen zijn inschikkelijk voor je lijfje
en nog zachter
voor je zielenzorg.
Ik wil
in de jas van je huid
zijn wie ik ben:
lief.

De cyclus: "De liefste liefdesverzen aller tijden!"
Uitg. Stichting Charles Catteau, 2009
8 euro.
Beluister hier een paar verzen van Marc Pairon.
(121)
Ik leef
op het krediet
van je stilte.
Ik ben trots
op je stiltes.
Jouw stiltes hebben klasse.
Je zwijgen is de gracieuze versie
van een bewogen voordracht.
Je stiltes ruiken
naar zoete frambozen,
zijn mijn voorliefde
voor de afwezigheid
van geluid.
(122)
Je stilte
is zwanger van taal.
Ik zie
hoe je nog niet uitgesproken
lettergreepjes
bijna woordjes vormen,
in het vacuüm
van je nuchtere waarheden.
(123)
Ik wil
geluid maken
over je stiltes.
Ze proclameren van op je minaretten,
de tere getuigenissen
van je heilige plaatsen.
Ik wil
uit volle borst
over je stiltes
tegen overvolle zalen brullen,
ze toeroepen dat we ongenaakbaar zijn,
omdat wij de afwezigheid
van het vragen stellen
geruisloos beleven.
Ik wil
je – zonder klanken – toefluisteren:
hoe je stilte in mij spreekt,
terwijl ik
het orakel van je lippen lees.
(124)
Jij doet
aan allerhande stiltes:
die van het langdurig kijken
naar mijn onbeholpen zijn
en er niet op terug hebben,
terwijl ik de zalving voor mijn onrust
tot achter je ogen zie.
Jij doet
aan allerhande stiltes:
hoe je met je tenen op eieren loopt,
als je weerstand biedt
tegen mijn meer dan middelmatige
belangstelling.
(125)
Stilte is
hoe ik het kreuken van je lakens
verdraag
– zonder dat ik erbij ben –,
hoe je voetstappen
de vingerafdrukken zijn
van het mij niet aanraken.
In stilte
schrijf je dovenschrift
met je lieflijke gebaren,
zuig je op chocolaatjes bij de koffie,
klopt het spreken van je hart.
Je stilte
is het enige
dat mooier
dan jezelf is.
(227)
Ik wil
je laten schaterlachen,
de tranen uit je ogen geselen,
je buikje kastijden met krampen
als ik je bestorm
met een stampede van mijn beeldspraak.
Als ik je de hand druk
wil ik het dartelen van je vingertjes voelen.
Met hun zo doorzichtig zijn
als rauwe garnaaltjes
is mijn kinderhand snel gevuld.
Ik wil
je warm zoenen
op het kippenvel van je wangen.
Ik wil
durven tegen je te liegen,
als de waarheid kwetst.
(263)
“O, liefde,
mijn liefste liefje,
mijn lieverd.
Ik heb je liever
dan lief.
Ik heb je liever
dan het liefhebben,
mijn allerliefste,
mijn liefste lief.
O, o, o, liefste,
mijn liefste,
mijn allerliefste
lieve liefste liefje,
ik heb je lief
en liever dan het liefste.
O, liefste, mijn lieverdje,
mijn liefste lieverd.
Ik heb zo veel lief
aan je liefde,
liever dan de liefde het liefst is,
liever dan het allerliefste van lief.
Ik heb je lief.”