De TOP 50 intiemste liefdesverzen! is een open brief aan Goedele Liekens. Dit met onder meer enkele verzen uit Ontbijt op bed en Franse zoenen, de nieuwe cyclus Liekens & gedichtjes en andere verse verzen uit het ‘Dag- & nachtboek’ van de auteur. 64 pagina’s.
U kan deze uitgave rechtstreeks via onze webshop verkrijgen.
Voor jou,
als troost,
omdat wij
nog niet
gedroomd hebben
Wie mij liefheeft
mag het lezen
Liekens & gedichtjes II
voor Goedele
vrijnacht, 02.22 uur
1.
Laat ik met bevallige letters de liefste woorden maken. Je huid raspen.
Zoeken naar je kippenvel. Je met pitten stenigen. Het vuurpeloton van
mijn zaad. De fatwa over je uitspreken. Mijn geloofsbrieven overhandigen.
Bewijzen dat ik bevoegd ben. Je verrukking te innen. Wanneer je vingers
me plagen, als schetterende zilvermeeuwen.
O, Liefste, verzegel me. In de kerkers van je quarantaine. Keten me.
Aan het hosanna van je zwaartekracht. Laat mij afhankelijk zijn. Sterven
tussen jouw gevangenschap. Al slapend rijk worden. Lichtgezouten
kaviaar winnen. Uit de delta van je zalmroze kuiten. De kunst verstaan
om met je om te gaan. Vaardig, in het verwennen. In het binnenhalen
van de oogst. Hoe ik je koren met mijn vlegel dors. Het extra vierge.
Van je eerste persing.
Laat me je weekdier zijn. In de catacomben van je mond. Je smeltwater
proeven. Onze verloren gewaande jaren. En onze lippen met vogels vullen.
Onze zinnen met zangzaad. Tot de aangeboren schaamte slijt. De angsten
van het vlees getemd zijn. De horzels uit de huid gevreeën. En ik over
het drijfhout van je lichaam laveer. Als het land in zicht van je reisdoel.
De genade van geduld. Je enige antwoord.
Op nooit gestelde vragen.
Daarom zal ik altijd plots zijn. Tot je honger me vermagert. Je niemand meer
te goed hebt. Na de beesten van ons fatsoen. Die tussen de vlerken van
onze armen gedijen. Uit de moed elkaar aan te raken tevoorschijn komen.
Als oude bekenden.
2.
Begin me. Waar ik geboren was. Win me. Waar ik won. Laat blijdschap
gesmolten vlees zijn. Het magma van verlangens. De lava van
verwaarlozing. Omdat wij te lang gedaan hebben over te weinig geleefd.
En meer zijn dan een gerucht. Maar, niet minder dan het rumoer van
de waarheid. Laat me daarom je gunsten van tederheid verdragen.
Zonder het eelt van wroeging. Je Alpe d’Huez beklimmen. Waden in
je Everglades. Je eerste zwakte zijn, je laatste zonde. De hoge nood.
De nabije redding. En wanneer er geen eb komt aan het boteren van
je lippen en het karnen van je tong, zal ik je zuigend leegmaken. Tot op
je nerven. Als een bidsprinkhaan. Zachter dan verloren verdriet.
De pijnpatiënt van je voorrechten zijn. Kwistig met aandacht.
Overbodig
met troost.
Laat me veel meer dan het ondenkbare zijn. De pracht van je ogen zijn.
De walnoten van je haren. Het soezen van je slaap. Je borst, je boezem.
Je schaamte. Verdwijnen, tussen het volmaakte. Tot ijdelheid gedoemd.
Als kneedbare lucht, de woestenij van driften. Zal ik je kussen. Met een
zee van regen. Mijn armen om je leggen, als brandend struikgewas.
En altijd terugkeren. Als vloed. Op het schelpenzand tussen je liezen.
Als vanzelfsprekend zijn. Het verslijten van je schede. De wereldvreemde.
Je reisverhalen. Je huisvlijt. Je meesterwerk.
Kijk, Liefste, hoe de palmen van mijn handen gehoorzamen. Aan je lichaam,
dat als beloften beweegt. Schoner dan de nestbevuiling van mijn geweten.
Zie, op mijn gezicht staat feest te lezen. Ik slik nog taal. Ik spreek nog
boekdelen. Over hoe je me zult betasten. Met de sintels van je vingers.
Opdat ik mijn gewicht verlies, dat tegen de aarde kleeft. Wanneer ik
je grondsmaak proef. Je aangespoelde aarde. De wetten van je natuur.
En je op gang gekomen lichaam intoom. Alsof wij ons beheersen. Met
holle klinkers. De geluiden van gepelde lucht. Geschrokken van
schoonheid. En uitermate begaafd. In het definitieve genieten. Waar geen
afgunst tegen opgewassen is. Wanneer taal mooier is, dan de beloften
die hij liet uitschijnen.
Wij hemelser, dan het vagevuur van onze deugden.

Top 50 intiemste liefdesverzen !
Wordt verwacht eind september
Uitg. Stichting Charles Catteau, 2009
3.
Wijzig me. Red me van de verdrinkingsdood. Uit de branding van
volzinnen. Leer me eenvoud. Een stem van papier. Die nauwelijks
hoorbaar spreekt. Zoete woorden fezelt. Over ‘het heeft geen zin meer
pijn te hebben’, wanneer wij naar elkaars lichaam ruiken. Het zweet van
hyacinten.
Als de eeneiige tweeling van tevredenheid.
Wees mijn dier, mijn mensenvlees. Mors je blijdschap in mij. Herbegin me.
Lik in mij je zoenen. Tot op het tandvlees van pijn. Ontplof, als verwarring.
Zaai me uit. Maak me schuldig.
Aan gevulde handen, als het liefkozen
herkenbaar wordt.
O, Liefste, als er sprake is over mij, laat jij het spreken. Omdat ik in de
volgorde van vóór de dood voor jou geboren ben. Onderweg naar het zoeken
van tederheid. Het tenietdoen van schaamte. Hoe het juk van genade jeukt.
Als doorgelegen lasten. Wacht ik je vonnis af. Zal ik het schrijven vaarwel
zeggen. Zinnen die geen soelaas boden, woord voor woord groeten.
Goedaardig, zonder spijt. Bijna plechtig. Op het rantsoen van geduld. Beef ik.
Voor het overtollige leef ik. Maak mij vrolijk.
Mijn water in de wijn.
Voor het liever dan je liefste zijn.